Afgelopen zomer haalde je prachtige resultaten op het WK paradressuur: een vijfde plaats in de individuele proef, vierde in de kür op muziek en brons met het team, waarmee Nederland verzekerd is van deelname aan de Paralympische Spelen in Los Angeles in 2028. Hoe is dat voor jou?


“Ja, dat is geweldig. We zijn boven onszelf uitgestegen op het juiste moment. Happy Grace was tijdens de eerste proef nog wat kijkerig waardoor ik mijn plan een aantal keren heb moeten aanpassen, maar evengoed hebben we nog nooit zo hoog gescoord. We hadden een aantal hele hoge cijfers, waardoor het niet zo erg was dat andere dingen wat minder gingen. Als je niet voor een 8 of 9 rijdt, kun je ook geen 5 compenseren. De tweede proef ging veel beter, we waren allebei veel meer ontspannen. Ik ben trots op mezelf, maar vooral heel trots op Happy Grace en op ons team. Een teammedaille vind ik trouwens ook mooier om te halen dan een individuele medaille. Een teammedaille vier je met het hele team, een individuele medaille alleen in je eigen kringetje.”


Je hebt niet altijd in de aangepaste sport gereden. Hoe zagen jouw ponyjaren eruit?

“Ik was zeven jaar toen mijn moeder vroeg: ‘Wil je op vakantie of wil je leren paardrijden op een manege?’ Ja, die keuze was vrij snel gemaakt. Ik wilde leren paardrijden. Na een paar jaar op de manege gereden te hebben, kregen we een huurpony: Vitesse. Dat was echt een hele leuke tijd. Zeker op de basisschool: wat ging je doen na school? Naar je pony. Met vriendinnen erbij, een gezellig groepje op stal… dat was gewoon superleuk. Later kregen we een andere pony, een Welsh Cob: Morwen Collin. Die hebben we van veulen af aan gehad. Het was een wat stevigere pony, met sokken, niet zo’n typische chique dressuurpony. Maar juist daardoor heb ik er ontzettend veel van geleerd. Je moest echt technisch rijden: netjes op de letter, een volte die echt rond is, acht meter, tien meter… Je leert er gewoon heel goed van rijden. Misschien niet het makkelijkste, maar wel het meest leerzame. Met hem heb ik veel meegemaakt. Ik heb hem zelf ingereden en uitgebracht. Ik won mijn eerste Zeeuws kampioenschap en dat bleek eigenlijk het begin van mijn sportcarrière. We zijn naar het NK geweest in de M- en Z-dressuur, maar ook in de SGW. Dat waren echt geweldige ponyjaren.”

“Hoe een paard eruitziet of hoe spectaculair het beweegt, is in de paradressuur minder belangrijk dan hoe correct je rijdt”

Heb je altijd al een voorkeur gehad voor dressuur?

“Ik vond dressuur altijd wel heel leuk. Het is ook gewoon een hele goede basis, voor alles eigenlijk. Maar ik heb ook veel gecrost met mijn pony. We hebben zelfs het Nederlands kampioenschap gereden in de cross. Ik deed dus eigenlijk van alles, maar dressuur bleef wel de basis. En dat merk ik nu nog steeds. Zeker in de paradressuur draait het echt om technisch rijden. Hoe een paard eruitziet of hoe spectaculair het beweegt, dat is minder belangrijk dan hoe correct je rijdt. Die basis van vroeger neem ik nog elke dag mee.”


In 2002 veranderde alles door een ongeluk. Wat gebeurde er precies?

“Ik zou de volgende dag een eventingwedstrijd hebben met mijn paard Mai Tai. Alles stond al klaar voor vertrek. Ik moest Mai Tai die dag nog beweging geven én ook nog collecteren voor de Nierstichting. Dat was een rondje in de polder, dus ik dacht: dan doe ik dat te paard. Mijn cap was al ingepakt voor de wedstrijd, maar Tai was een betrouwbaar paard, dus ik dacht: ach, het kan wel een keer zonder. Dat was echt een grote fout. In de polder gleed ze uit en viel. Ik kwam met mijn hoofd op de straat terecht. Daarna werd het zwart. Ik heb twee weken in coma gelegen. En dat is natuurlijk heel heftig.

Toen ik wakker werd, kon ik eigenlijk niets meer. Ik was verlamd. Ik moest alles opnieuw leren: eten, praten, hoe het leven werkt… alles. Alleen mijn liefde voor paarden zat er nog. Dat raak je niet kwijt.”







“Ik leef nog. En ik zit weer op een paard. Dat had niemand verwacht”

janneke boonzaaijer pakt een hoofdstel in de zadelkamer

Met Mai Tai, het paard waarmee ik gevallen was, ben ik weer helemaal opnieuw begonnen

Wist je toen al dat je weer wilde gaan rijden?

“Ja, eigenlijk wel. Alleen met hersenletsel is het moeilijker om een rem te vinden. Net als bij kleine kinderen: die zien ook geen gevaar. En dat had ik dus ook. Mijn moeder heeft me daarin heel erg begeleid. Samen met haar heb ik het rijden weer opgepakt. Met Mai Tai, het paard waar ik mee gevallen was. Dat was een heel bijzonder moment; je zag aan alles dat ze blij was om mij weer te zien. Dat is non-verbale communicatie, dat voel je gewoon.


En met haar ben ik weer helemaal opnieuw begonnen. Eerst aan de longe, daarna weer los. Stap voor stap. Dat viel niet altijd mee, en nog steeds niet: mijn coördinatie is veel slechter geworden, mijn reactievermogen is trager, ik heb minder energie en moet echt goed plannen wat ik doe. Maar tegelijk denk ik ook: ik leef nog. En ik zit weer op een paard. Dat had niemand verwacht.”


Had je meteen weer vertrouwen in je paard?

“In het begin besefte ik eigenlijk nog niet helemaal wat er gebeurd was. Ik wist dat er iets veranderd was, maar kon dat nog niet goed plaatsen. Mijn vertrouwen in Mai Tai was er gelukkig nog wel. Zij had ook niks verkeerd gedaan. Het was gewoon pech. Maar een paar jaar later, in 2008, reed ik een wedstrijd met een ander paard. Dat paard maakte zichzelf erg sterk en daardoor werd ik ineens bang tijdens de proef. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik heb toen zelfs afgegroet en ben gestopt. Dat was de eerste keer dat ik dacht: dit gaat niet meer.”


Was dat het moment dat je overstapte naar de paradressuur?

“Ja, eigenlijk wel. Dat was heel bijzonder, want een week na die vervelende proef kreeg ik ineens een uitnodiging voor een wedstrijd in de paradressuur. Ik heb dat besproken met mijn instructrice en we hebben toen besloten om ervoor te gaan. We hebben flink getraind en toen ben ik naar die wedstrijd gegaan. Dat was echt een nieuw begin: mijn paard liep een geweldige proef en we werden meteen eerste. Dat had ik totaal niet verwacht. Daarna ging het eigenlijk heel snel. Na twee wedstrijden mocht ik al naar Indoor Brabant. En daar won ik ook meteen. Dan kom je ineens in een wereld terecht waar je nog helemaal niet bekend mee bent. Zelfs een prijsuitreiking rijden moest ik nog leren.”




Je carrière ontwikkelde zich daarna razendsnel. Hoe heb je dat ervaren?

“Het ging echt heel snel. We reden internationale wedstrijden, in België en in Oostenrijk bijvoorbeeld. Dat zijn ervaringen die niemand je meer afneemt. Ik reed ook weer in de reguliere sport, maar dan met hulpmiddelen. Dat ging eigenlijk verrassend goed. We gingen van het L ineens naar het Z en we vielen vaak in de prijzen. Dat gaf me wel weer zelfvertrouwen. Want dat was iets wat ik echt kwijt was geraakt.”


Welk paard is voor jou het meest bijzonder geweest?

“Dat is zonder twijfel Happy Grace. Ik had al paarden, maar toen kwam zij op mijn pad. Mijn instructrice zei: dat is echt een paard voor jou. Eigenlijk dacht ik: ik hoef er niet nog eentje bij. Maar ik ben haar toch gaan proberen, en het klikte meteen. Ze was geen makkelijke merrie, maar juist daardoor bouwden we heel snel een band op. Je moet duidelijk zijn, maar ook liefde geven. En dan krijg je dat terug. Zij is echt mijn spiegel. Als ik me niet goed voel, zie je dat meteen aan haar. Mijn moeder zegt ook altijd: ik zie het aan je paard. We zijn helemaal samengesmolten, zeg maar. De afgelopen jaren, waarin ik fysiek minder werd en ook meer last kreeg van epilepsie, is zij gewoon met mij meegegroeid. Ze neemt dingen over, vangt me op. Dat is echt bijzonder.”




janneke boonzaaijer zit met een jack russel hondje op schoot in de zadelkamer

Hoe ziet jouw trainingsweek eruit?

“Ik rijd meestal zo’n vier keer per week, maar dat hangt heel erg af van hoe ik me voel. Soms longeer ik haar eerst, zodat ze even haar energie kwijt kan. Dan zie ik ook meteen hoe ze zich voelt die dag. Daarna stap ik erop en kijk ik wat er mogelijk is. De ene keer rijd ik drie kwartier, de andere keer maar twintig minuten. Het is echt aanpassen per dag. We trainen in de bak, maar ik ga ook graag naar buiten. Buitenrijden is goed voor de afwisseling, voor de pezen, maar ook als schriktraining. Je komt altijd dingen tegen. En op wedstrijd ook. Dus het is alleen maar goed om dat te oefenen.”



Maar toen werd ineens toch mijn naam omgeroepen

Wat was tot nu toe het mooiste moment in je carrière?

“Dat vind ik lastig kiezen. Ik heb bijvoorbeeld in Qatar gereden en ben daarheen gevlogen met mijn paard. Dat is echt een hele bijzondere ervaring. En het afgelopen WK natuurlijk. Maar als ik moet kiezen, dan toch het EK van afgelopen jaar. Daar heb ik individueel brons en met het team een zilveren medaille gewonnen. Dat was echt heel speciaal.”


Op het Zeeuws Sportgala afgelopen februari werd je ook nog Paralympisch sportvrouw van het jaar. Hoe was dat?

“Dat was echt een verrassing. Mijn dochter zat naast me en vroeg: ‘Mama, wat denk je dat je wordt?’ Ik zei: ‘Ik denk niet dat ik win’. Maar toen werd ineens toch mijn naam omgeroepen. Dat had ik echt niet verwacht. Ik was ook totaal niet voorbereid op de vragen, dus mijn antwoorden waren een beetje impulsief. Maar het was wel heel leuk. Juist omdat je het niet verwacht, is het extra bijzonder.”


Waar hoop je over een paar jaar te staan?

“Ik hoop vooral nog beter te worden in mijn proeven. Richting de 80 procent, dat zou heel mooi zijn. Mijn paard kan echt hele hoge cijfers lopen, vooral in de stap. Dat is haar sterkste onderdeel. Voor mij is de stap ook het makkelijkst, omdat mijn balans in die gang beter is. Draf is moeilijker, omdat het sneller gaat en mijn reactievermogen wat trager is. Maar ik hoop dat we daar nog stappen in kunnen maken. En natuurlijk: Los Angeles. Dat is echt een doel. En daarnaast hoop ik dat we als team blijven groeien. We hebben echt een hele leuke groep. Afgelopen jaar hebben we dat ook gemerkt. Het was gewoon gezellig, we steunen elkaar. En ik hoop natuurlijk dat ik gezond blijf. Dat vooral. Dat is het belangrijkste natuurlijk.”


Is er nog iets wat je mee wilt geven aan andere ruiters?

“Jazeker, en dan vooral aan de jeugd, omdat we voor hen toch een inspiratie zijn en ik wil voor hen graag iets extra’s toevoegen. Wat ik heel belangrijk vind: topsport is zowel actie als rust, zowel voor jezelf als voor je paard. Je kunt niet altijd aan staan. Dus ga een keer lekker op vakantie, geef je paard een paar dagen vrij. En de proeven gaan niet altijd supergoed, maar dat hoort er ook bij. Zo blijf je jezelf verbeteren. Soms heb je een slechte dag, of heeft je paard een slechte dag. Maar word niet boos op je paard. Je bent en blijft nog altijd een team.”


In de praktijk: teamwork en vertrouwen

Door haar hersenletsel en epilepsie weet Tessa nooit precies wat haar lichaam tijdens het rijden wel en niet kan. Haar energieniveau en kracht zijn beperkt en bij te veel prikkels kunnen functies uitvallen. “Soms heb ik rechts helemaal geen kracht meer: niet in mijn been, niet in mijn arm en ook mijn balans valt dan weg. En dat is vrij essentieel bij het paardrijden.” Tessa rijdt Happy Grace daarom veel op stemhulpen. “Als je lichaamsfuncties uitvallen, vind ik het wel zo eerlijk tegenover mijn paard dat ze toch begrijpt wat ik bedoel. Als mijn benen bij het aandraven ineens niks meer doen, denkt zij anders ook: wat moet ik nou doen?”


Tijdens de training werkt Tessa onder meer aan de achtmetervolte in stap, die ze ook in de internationale Grade III-proeven rijdt. Ze let daarbij op buiging, stelling, activiteit en aanleuning. Wanneer Happy Grace wat actiever mag stappen, draaft Tessa kort aan. Daarna kan ze met minder hulpen verder in stap. Dat past bij wat ze belangrijk vindt in haar training: Happy Grace actief houden en haar de ruimte geven om haar lichaam goed te gebruiken. Bij het verruimen van de passen verlengt Tessa de teugels, zodat Happy Grace ook echt langer kan worden. “Dat neusje mag mooi eruit, altijd naar voren. Dan wordt ze ook langer in haar lichaam.”


Het is duidelijk te zien hoe goed de twee op elkaar zijn ingespeeld. Happy Grace maakt een tevreden, ontspannen én elegante indruk – ze doet haar naam absoluut eer aan. Tegelijkertijd is ze sterk op Tessa gefocust en reageert ze feilloos op haar subtiele hulpen. Een prachtig voorbeeld van vertrouwen en teamwork in de praktijk.